Dit is wat ik tegen u heb: U hebt uw eerste liefde verzaakt”  (Openbaringen 2 : 4)

          De brief aan de gemeente van Efeze is de eerste van de zeven brieven die de apostel Johannes op bevel van Jezus moest doorgeven aan de gemeenten in Klein Azië. De Heer noemt heel positieve dingen over deze gemeente: hun activiteiten, hun volharding in vervolging, hun zuiverheid in de leer, enz. Toch heeft hij ook een heel ernstige klacht: “Jullie hebben je eerste liefde verzaakt”. Alle deugden van de Efeziërs wogen niet op tegen dit grote gebrek”. De klacht doet je denken aan de woorden van de Here via de profeet Jeremia: “Ik gedenk de genegenheid van uw jeugd, de liefde van uw bruidstijd” (Jeremia 2 : 2).

            In mijn gesprekken met de Christenen hier in Kwa Zulu, moet ik dikwijls denken aan deze brief aan Efeze. Hij zou vandaag geschreven kunnen worden. Er zijn veel goede dingen en het is niet overal hetzelfde. Maar er is bijvoorbeeld in de gemeente van Ndaleni, de grootste in ons zendingsgebied, een duidelijk verschil met twintig, dertig jaar geleden. De gemeente was toen pas gesticht. Ondanks de vervolging waar we van te lijden hadden, was er vooral onder de jeugd een enthousiaste toewijding aan de Heer. Men trok er op uit om het evangelie uit dragen tot in alle hoeken van ons werkterrein. Het jeugdkoor trad wekelijks op. Men had geen elektrische instrumenten nodig om de zang kracht bij te zetten.

Maar een jeugdkoor hebben ze helaas niet meer.  De zangers van nu zijn boven de veertig en hebben microfoons nodig om boven het lawaai uit te komen en zichzelf verstaanbaar te maken. Algemeen klinkt de klacht, dat het de jongere generatie ontbreekt aan het vroegere enthousiasme. Dit is een zaak die dringend onze aandacht vraagt in onze gebeden voor de jonge gemeenten. Het is een klacht die niet alleen in Kwa Zulu gehoord wordt. Niet alleen Indaleni heeft een leeftijdsgroep die te weinig vertegenwoordigd is. Er zijn verschillende gemeenten in Nederland die ook aan vergrijzing lijden. Mijn zoon Henk, die onlangs een bezoek aan Korea bracht, vertelt dat ook daar de secularisatie toeslaat onder de jongere generatie. In een land waar de snelle uitbreiding van de christelijke kerk een van de wonderen van de zendings-geschiedenis was de afgelopen eeuw! Bidden dus! Bedenk dat in Efeze vandaag alleen nog ruïnes van Christelijke kerken te vinden zijn.

           Enkele maanden geleden vroeg ik gebed voor onze ouderling Jackson Sithole, die elke dag uren moest rijden om bij de school te komen waar hij les gaf. Hij heeft sinds januari een baan aan de dovenschool, waar zijn vrouw Nondumiso ook les geeft op enkele honderden meters van hun huis. We danken de Heer, dat hij nu meer tijd heeft voor zijn gezin en zijn werk in de gemeente.

           Student Sibu Ngcobo verraste ons onlangs met een rake opmerking. De ouderling van Ezibovini waar hij werkt, had geroemd over de knusheid van de gemeente daar. Ze waren indertijd smadelijk behandeld door de bosbouwmaatschappij, van Greenhill voor wie ze als slaven hadden gewerkt. Ze hadden een onderkomen gevonden in Ezibovini. Sibu had de ouderling verteld, dat God hen daar gebracht had niet om in een getto samen te klitten, maar om een zegen te zijn voor de mensen om hen heen. Bidt voor hem en de andere studenten, dat ze oog mogen blijven houden voor hen die buiten zijn.

            Ouderling Shoba vertelde hoe in zijn jeugd het verschil tussen de houding van de zendelingen tegenover zijn grootouders, in vergelijking met die van de hardvochtige grootgrondbezitters die hen als slaven behandelden, voor hem de doorslaggevende factor was geweest, die hem bij de Heer had gebracht. Goed om te horen. We bidden, dat de christenen van vandaag door hun levenshouding velen van hen die nog in duisternis leven tot de Heer mogen brengen.

In Hem, Arie Reitsema.

Student Sibu Ngcobo
Student Sibu Ngcobo