BERICHT UIT ZUID-AFRIKA
Verslag van een reis januari/februari 2017

Zr. Anneke Prins

Zr. Anneke Prins-van Veelen uit Kampen is van 1967 tot 2003 werkzaam geweest in de Zendingsadviescommissie

‘Zou je nog wel eens naar Zuid-Afrika willen, oude vrienden opzoeken?’
Die vraag wordt mij in september gesteld, door br. Hans van den Berg. Daar denk ik over na.
Na overleg met deze en gene besluit ik mee te reizen met br. en zr. Hans en Ans van den Berg, want zij bieden mij die gelegenheid. Wel alléén terug, na drie weken.

Eerst een week op Groothoek. Daar bezoek ik de kerkdienst van de twee jaar geleden opnieuw geïnstitueerde kerk van Groothoek (Enkumane).
De kerk zit vol: behalve de volwassenen zitten 60 kinderen tweeëneenhalf uur rustig te luisteren. Veel zingen en vooral ook heel hard! Br. Hans van den Berg wordt uitgenodigd iets te zeggen. Hij brengt de groeten over en wenst allen Gods zegen.
Ik zal de volgende dag zien, hoe hij werkt aan bewustwording, hoe hij controleert, leert én de mensen aanmoedigt. Er is een lange adem nodig voor dit werk!

De volgende dag ga ik met de kliniekauto mee, bestuurd door Sanèle Funeka (een neef van ds. Funeka). Zuster Patricia vervangt de onlangs onverwacht overleden zuster. Zij is 77 jaar. Haar helpsters zijn Themba en Zama. We vertrekken om half 9. Ons wordt gevraagd een vrouw mee te nemen, die een eind verder moet zijn. Na een tijdje geklop  en geschreeuw: vergeten haar af te zetten, dus keren op de enge, smalle weg en een eindje terug. Even later staan aan de kant van de weg een jonge vrouw met kind, een oudere vrouw en een man met krukken. Ik vraag wat zij moeten, als Sanèle stopt. ‘Meerijden’, is het antwoord, ‘naar de eerste stopplaats’. Volgens mij kan dat helemaal niet, want de laadruimte zit vol met spullen. Maar het gebeurt wel, schuiven en drukken en de achterklep dicht…..De eerste stopplek is Nhlazuka; de zuster doet haar dingen, o.a. injecties geven. Na een half uur vertrek naar de volgende post Shiyampahla, dan naar Mshibane en de laatste Malizayo. Dan is het 12.30 u. Het is erg warm en de weg zit vol grote gaten (‘pot holes’).

Ik vraag zuster Patricia wát ze voornamelijk doet en welke injecties ze geeft. ‘We are the only doctors’ zegt ze en vertelt dat ze vooral antibiotica tegen infecties geeft (pillen). Dat er nog schurft voorkomt, ook problemen met amandelen en longen, huidziekten en koorts. Ze vertelt dat door de ziekte aids het afweersysteem van veel mensen niet goed werkt. De bureaucratie heeft ook daar toegeslagen en ze is uren bezig met staten invullen. Ze vertelt dat er vorig jaar geen subsidie is gekomen van het Departement van Gezondheid. Dat ze gelukkig wel medicijnen hebben, die door ons (Kampen) betaald (moeten) worden. De mensen geven zelf een kleine bijdrage, omdat ze niet veel kunnen betalen. Dát ze betalen is goed voor hun gevoel van eigenwaarde, maar ook gewoon nodig, want gratis medicijnen?  die kunnen niet werken…. De sterrenhemel die avond is prachtig! Geen lichtvervuiling.

Na een paar dagen word ik afgezet in Howick bij zr. Rens Vonkeman. Wat goed om elkaar na twintig jaar terug te zien. Verdrietig dat ze erg vergeetachtig is, maar over ‘vroeger’ valt nog heel wat uit te wisselen.

De dochters Harriët en Sigi met hun mannen komen op verschillende dagen op bezoek. Heel erg leuk om hen ook weer te spreken.

Geertje Wielenga komt mij nog een middag halen. Van Bob hoor ik dan het nieuws, dat ds. Hans Stolk is overleden. Tot zijn vreugde en ons verdriet. In 1983 maakte ik, als lid van de ZendingsAdviesCommissie, deel uit van de eerste deputatie naar ons zendingsgebied. Samen met hem en Frans Veltman. Frans is al meer dan 20 jaar bij de Heer en nu br. Hans ook. Het treft me, dat ik juist dáár van zijn overlijden hoor.

Dan komen Arie en Merrel Reitsema mij, precies na een week, halen om de laatste week bij hen in Richmond door te brengen. Aangezien ik er nu toch ben is het goed om zoveel mogelijk van het werk te zien en zoveel mogelijk mensen te spreken. Dus bezoek ik ds. Sithole en zijn vrouw, ds. Phungula en zijn vrouw, spreek ik student Mongamèli en de administrateur van Ndaleni, Nkosi Latha. Ik ga mee op zondagmorgen om voor de dienst te bidden met de kerkenraad van Ndaleni en daarna naar Patheni, waar Arie moet preken.

En ja, ik zie hoe nodig onze bemoeienis nog is. We hebben beloofd hen nog heel wat jaren te steunen en dat moet gebeuren. Er zal heel wat water door de Umkomaas moeten stromen, vóór ze het zélf kunnen doen. Hun cultuur is zo anders dan de onze. Maar onze God is en blijft dezelfde! Dat merken we direct in het begin. Het giet in Durban als we aankomen. Hans belt Arie, dat we er zijn. Arie waarschuwt voor grote ‘pot holes’ bij de afslag Thornville. Hans is hier niet voor het eerst, hij weet waar dat is. Hij bestuurt de huurauto, altijd wennen, evenals links rijden. Het blijft regenen en even later wordt het mistig. Als er al strepen zouden zijn, kun je ze nu niet zien. We naderen Thornville en Hans is niet zeker welke afslag hij moet nemen. Je kunt niets zien. Ik bid op de achterbank: Heer, breng ons alstublieft veilig op Groothoek!
Dan beschikt de Heer een auto met knipperlichten vóór ons. Hij knippert als er een ‘pot hole’ is en ook, als de mist nog dichter wordt. Ik denk dat er een engel in zit. Als de mist wat optrekt en we dicht bij de weg naar Groothoek zijn, buigt hij af naar rechts. Wij zien hem niet meer. We komen veilig op Groothoek aan. Prijs de Heer!

Namens de ZAC, Jan Schenkel (secr.)